ORIËNTATIE
> doel: kennismaken
> voorkennis is niet nodig
Cursussen op dit niveau zijn oriënterend. Deelnemers leren elementaire (basis)vaardigheden en materiaalbehandeling. Ze krijgen spelenderwijs inzicht in aspecten als kleur, vorm, ruimte, compositie en structuur.
BASIS
> doel: kennismaken en verdiepen
> voorkennis is niet noodzakelijk
De deelnemer kiest voor één materiaal of discipline en leert de specifieke basisvaardigheden, handelingen en beeldende aspecten kennen. Hij of zij onderzoekt de mogelijkheden en ontwikkelt plezier en passie voor techniek, materiaal of thema.
BASIS-plus
> doel: verdiepen van basiskennis
> voorkennis is gewenst, maar geen must
Uitgangspunt is ‘de basis en méér…’ Inhoud en materiaal komen bij elkaar. De cursist gaat op zoek naar de eigen ‘verbeelding’ en stijl. Onderdeel van de lessen is het bespreken van en reflecteren op het eigen werk en dat van anderen.
GEVORDERD
> doel: volledig richten op het eigen beeldend proces
> voorkennis is noodzakelijk
Zelfstandigheid is gewenst. De deelnemers volgen de eigen werkwijze en leren door ervaringen uit te wisselen en elkaars werk te tonen. De cursus is gericht op een continue beeldende ontwikkeling die ook buiten de lessen doorgaat.